Microsoft probeert voor eind oktober een nieuwe hype de wereld in te roepen, namelijk het cloudcomputing. Microsoft heeft hiervoor het besturingssysteem Windows Cloud gemaakt, maar een naamswijziging zal nog mogelijk zijn. De naam Windows Cloud staat hier nog niet vast.
Met behulp van Windows Cloud moet het mogelijk zijn om applicaties, zoals Microsoft Office, op een server te draaien vanaf de browser van een client (de gebruiker van de applicatie). Volgens Steve Ballmer zal ondanks Windows Cloud de client nogsteeds gebruik maken van lokale software voor een snelle aanpassing. Windows Cloud zal vooral in openbare lokaties aanslaan, omdat je je eigen programma’s kan blijven gebruiken, ondanks dat het niet op de PC staat geïnstalleerd.
Bij vele mensen is bij het horen van het woord cloudcomputing niet bekend wat het nu exact betekend. Om hier alvast mee in te springen zeggen Engelse vaak “the cloud” terwijl ze “het internet” bedoelen. Het is dus eigenlijk een grote wolk waar je je zelf in bevind. De Nederlandse vertaling van “computing” is “computeren” waardoor als je de woordencombinaties samenvoegt je Internet computeren krijgt.
Cloudcomputing is een soort van het SaaS-computing (Software as a Service). Dat bekentend het op een afstand gebruiken van een software, die geïnstalleerd staat op een server. Zo is het voor ontwikkelaars en systeembeheerders zeer gemakkelijk om de software te updaten of te upgraden.
Ondanks de verwachte hoge prijs voor het cloudcomputing zal volgens Richard Stallman (oprichter van Free Software Foundation) zal het cloudcomputing een hype gaan worden. Stallman denkt dat vooral bedrijven zich met het cloudcomputing gaan bezighouden. Zo kunnen systeembeheerders van een bedrijf veel makkelijker het netwerk beheren, en alle bestanden van de werknemers staan centraal op 1 server. Mocht er een PC in een netwerk de geest geven, dan staan de documenten op de server.
Windows Cloud zal als kern het Hyper-V System van Microsoft hebben, en is gratis te downloaden. Voor deze software zal de desbetreffende server wel moeten draaien op Windows Server 2008
De meeste website beheerders houden zich graag op de hoogte van de site bezoeken middels statistieken scripts. Een heel bekende is Google Analytics. Nu is er een nieuwe website statistieken dienst aangekondigd genaamd Woopra. Woopra is nog in bèta, maar als je genoeg geduld hebt na het aanmelden, wel al gewoon te gebruiken.
Na het aanmelden op de website, onze website te hebben aangemeld gaan we de statistieken bekijken. Dit gebeurd niet in je webbrowser maar in een schitterend (java geschreven) programma. Na opstarten, inloggen en site gekozen te hebben gaan we verder.
We komen aan in het Dashboard, een overzichtelijke pagina waarop de belangrijkste gegevens te zien zijn. We zien hier onder andere de “referers” (leuk vormgegeven met de favicon van de website!), de zoekstrings van zoekmachines (tagcloud of gewoon alle queries), de bezoeken van de afgelopen paar dagen (op datum) en de pagina’s waar op dit moment iemand op zit te kijken.
De volgende optie is spectaculair in vergelijking met andere website statistieken. Dit is de Live optie. Hier kunnen we zien wie er op dit moment op de site zitten. We zien welke pagina’s de bezoekers hebben bezocht en op welke ze zich nu bevinden. Er is een mogelijkheid de bezoeker een naam te geven om hem snel terug te vinden. Mocht je nu niet weten hoe de bezoeker heet, kan je hem dat vragen middels de ingebouwde chat, die de bezoeker wanneer je tegen hem gaat praten op de site ziet verschijnen.
Een andere leuke feature om je op de hoogte te houden van de acties van je bezoekers zijn de “notifications”. Er is een mogelijkheid bij een bepaalde actie een notificatie venster te laten openen. Bijvoorbeeld als een bezoeker wat heeft gekocht, een bepaalde browser gebruikt, of je 1000e bezoeker is.
Verder bezitten we nog de bekende grafiekjes waarin te zien welke talen, browsers, besturingsystemen en resoluties je bezoekers hebben. Over je pagina’s is ook een hoop te zien. Dat wil zeggen niet alleen het aantal bezoeken per pagina, de startpagina’s en de eindpagina’s, maar ook de links naar andere sites en de downloads vanaf je site. Ook “referer data” is heel uitgebreid. We kunnen zien wanneer iemand via een bookmark is gekomen, via een e-mail, een feedreader of een zoekmachine.
Als laatste hebben we een optie bezoekers te zoeken. We kunnen hier filteren op al het wensbare en zo alle aparte bezoekers van de website zien. Erg leuk om naar te kijken als je reclame voor je site hebt gemaakt en wil weten hoeveel mensen nu eigenlijk zijn gekomen en door hebben geklikt op je site.
Het updaten van het systeem is zeer snel, in de live optie zien we een bezoek al binnen 2 seconden, en in de rest van het systeem krijg je binnen 20 seconden een update. Erg leuk om te zien hoe je je bezoekers kunt volgen.
Een heel verhaal over dit systeem, waar ik zeer over te spreken ben. Het is nog in bèta, je kunt je wel al aanmelden, maar goedkeuren van je site zou weleens zeer lang kunnen duren (bij mij ~een maand). Eigenlijk zou je het zelf moeten proberen om te zien hoe het werkt. Meld je aan en probeer het!
In een bericht op Google’s Webmasters Blog werd gisteren duidelijkheid gegeven over hoe de populaire zoekmachine nu omgaat met dynamische URL’s. Opvallend in deze blogpost was voornamelijk het feit dat Google de dynamische URL aanbeveelt boven de statische URL.
Op internet doemde al jaren het idee dat Google moeite heeft met dynamische URL’s, hoewel Google indirect toegeeft dat dit in het verleden ook zo was, is dit nu verleden tijd en schrijft men:
We can crawl dynamic URLs and interpret the different parameters. We might have problems crawling and ranking your dynamic URLs if you try to make your urls look static and in the process hide parameters which offer the Googlebot valuable information. One recommendation is to avoid reformatting a dynamic URL to make it look static. It’s always advisable to use static content with static URLs as much as possible, but in cases where you decide to use dynamic content, you should give us the possibility to analyze your URL structure and not remove information by hiding parameters and making them look static.
Het populaire mod_rewriting is volgens Google niet de juiste keuze om content duidelijk weer te geven, liever hebben ze de dynamische URL zodat Google zelf de informatie er uit pikt die het wil hebben. Bang dat de webmaster enkele handige informatie voor de zoekmachine achterhoud.
Op de weblog van Google Webmaster Central heeft het in ieder geval geleid voor flink wat discussie.
Momenteel overweegt de ICANN, het bedrijf achter alle domeinnamen, de vrijgave van top-level domeinnamen. Voor degenen die niet weten wat dat is, de toplevel is alles achter de laatste, zoals bijvoorbeeld .nl, .com en .org. Voorlopig kan nog niet iedereen de TLD’s registreren, ze zijn alleen beschikbaar voor landen, met een paar uitzonderingen zoals bijvoorbeeld .com en .org.